Meer bomen in Leiden

Dick de Vos staart uit het raam. Dromerig kijkt hij voor zich uit. Stel je voor, dat de Bomenbond van Leiden een groene stad kon maken, met overal bomen. Niet van die groepjes van een paar bomen bij elkaar, her en der verspreid, maar dicht bij elkaar. Niet alleen kunnen dan vogels en insecten, maar ook vleermuizen makkelijk van boom naar boom springen. Heet dat tegenwoordig niet Tiny forest? Hij zucht. Leiden is zo volgebouwd, waar zouden die Tiny forests moeten komen? Op het Stadhuisplein, op het plein bij Molen de De Valk? Maar dan zou iedereen de auto weg moeten doen. Zijn gedachten waaieren uit naar de verstedelijking. Meer huizen, meer wegen. Maar ook meer bomen?

 

Een heggenmus strijkt neer op de vensterbank en tikt met zijn snavel tegen het raam. Vos doet het raam open en de vogel vliegt naar binnen. Hij strijkt neer op de tafel. “Hallo Dick! Hihi, jouw gezicht! Je bent een fervent vogelaar, maar dat sommige van ons kunnen praten wist je niet.” Hij wacht even. “Wees niet te somber. Zonder de Bomenbond waren er veel meer bomen gekapt. Jullie doen echt wat, jullie gaan in gesprek met de gemeente of spannen zelfs een rechtszaak aan.”

Vos zucht nogmaals. “Het is zo jammer, al hebben we nu dan wel een groener college in Leiden, hun ambities, al die bouwprojecten. Altijd gaan die ten koste van de bomen. Denk maar aan de bouw van de nieuwe IJshal, de verbreding van de Rijnhof en de Rijnlandroute. Daar willen ze wel nieuwe bomen aanplanten, maar…”

“Dat is toch mooi”, tjilpt de mus.

“Ja zeker, maar ik vrees dat ze een heel lint van dezelfde soort in de grond gaan zetten. Dat is funest voor de biodiversiteit. Een soort bloeit maar een korte periode. Waar moeten de insecten en jullie de rest van de tijd jullie voedsel vandaan halen?”

De mus hipt een paar keer op en neer. “Nee, dat moeten we inderdaad niet hebben. Kom op, zet je schouders eronder. Hoeveel kapvergunningen heb je niet kunnen voorkomen door in gesprek te gaan met de gemeente? Veel van die vergunningen zijn gewoon gedachteloos afgegeven.”

“Het zou een stuk makkelijker zijn als we meer mankracht hadden. Zeker in Leiderdorp, daar kunnen we wel iemand gebruiken die alle bomen goed in de gaten kan houden. Een bestuurslid uit die gemeente, dat zou geweldig zijn.”

Glanzende kraaloogjes kijken de man recht aan. “Ik zal je helpen. Al moeten we met onze vrienden het hele Stadhuisplein bezetten.” De vogel vloog weer naar de vensterbank. “Maar eerst een rondje rond Leiderdorp. Dat bestuurslid moet er toch wel te vinden zijn.” Hij vliegt door het open raam. Beduusd staart Dick hem na. Nog een keer kijkt de vogel om en dan verdwijnt hij. Dick glimlachte.

Inschrijven nieuwsbrief!