Vele lopers maken licht werk

Op zondagmorgen hardlopen rond de Vlietlanden tijdens de Henk Hakker Memorial Run kan alleen slagen door de inzet van vrijwilligers. Verhalenmaker Leone, zelf ook een fanatiek hardloper, liep voor dit verhaal een paar maal rond de Vlietlanden en sprak ondertussen met vrijwilliger Rob Broer (67).

Als ik om half 9 het clubhuis van de Leiden Road Runners Club (LRRC) binnenkom, is een grote groep vrijwilligers alweer geruime tijd in touw. Grote tonnen worden gevuld met water en thee en er liggen tientallen broodjes klaar om straks te smeren. De dame van de ‘sleutelafdeling’ waar je je waardevolle spullen af kunt geven, is al 28 jaar lid van de LRRC. Ze vertelt dat dit soort trimlopen vroeger veel groter waren, met soms wel 200 deelnemers. Vandaag de dag zijn er overal zoveel evenementen, dat bij deze Henk Hakker Memorial Run zo’n 80 lopers worden verwacht, die kunnen kiezen uit 5, 10, 15 of 30 kilometer. 

Ik heb gekozen voor de langste afstand, die bestaat uit twee rondjes om de Vlietlanden. Op die manier kan ik meerdere keren profiteren van dezelfde ‘verzorgingsposten’, waar de vrijwilligers me telkens weer enthousiast ontvangen. Ik ben zo’n loper die na kort oogcontact een bekertje van de tafel of uit iemands handen grist, nog net ‘dank je’ roept en dan al rennend water in en naast mijn mond gooi. Ik loop voor mijn plezier, maar tempo’s en eindtijden spelen ook een grote rol. Sorry, vrijwilligers!
Aan de kopjes thee of stroopwafels die vol enthousiasme worden aangeboden moet ik al hardlopend al helemaal niet denken. Zouden ze bij anderen wel gretig aftrek vinden? ‘Jazeker’, verklaart na afloop een van de heren die ook zeker niet vies is van een hoog tempo. ‘Ik neem wel even pauze: kopje thee, beetje kletsen, stroopwafel en dan weer door’. 

Als ook de laatste lopers gefinisht zijn, wil ik graag meer horen over dit werk en praat ik na met Rob Broer (67). Hij ziet zichzelf niet als een ‘echte vrijwilliger’. Hoezo niet? ‘Ik doe dit maar één keer per jaar, omdat ik zelf ook graag wil lopen. Je hebt ook vrijwilligers die er altijd staan.’

Juist omdat hij zelf zo graag loopt, vindt hij dat hij ook jaarlijks eens moet helpen, wat hij dan ook al jarenlang doet. Als snel komen we al rekenend tot de conclusie dat juist ook de optelsom van alle eendagsvrijwilligers een enorm potentieel oplevert. De LRRC heeft ruim 500 leden. Als iedereen één keer per jaar een drankpost zou bemannen of iets anders zou doen, betekent dat een overschot aan vrijwilligers. Dus toch een echte vrijwilliger, die Rob.

‘Je ziet dan ook eens de andere kant van het lopen’, prijst Rob zijn werk aan. De drankposten zijn met hun vlaggen en parasols opvallende verschijningen in de Vlietlanden. Voorbijgangers blijven dan ook geregeld even buurten en krijgen en passant nog wat hardlooptips mee.

Rob vindt het altijd reuze gezellig. Hij zet er een muziekje bij op en gelukkig racen niet alle lopers direct door. Ik kan het toch niet laten mijn verbazing over de stroopwafels uit te spreken. ‘Dat is een traditie geworden, iedereen komt er eentje halen. Sommigen zeggen dat ze er misselijk van worden en vragen een stroopwafel te bewaren voor na afloop.’ 

Is het niet koud, urenlang stilstaan? Wie had gedacht zich hier half april geen zorgen meer over te hoeven maken, kwam vanmorgen vroeg namelijk van een koude kermis thuis: de temperaturen lagen toen nog rond het vriespunt. Rob heeft hier geen last van: ‘De lopers maken het warm. Alleen de thee had er last van, die werd snel koud’. 

Inmiddels zitten we lekker in het zonnetje en praten over de diehard vrijwilligers, zoals degenen die al jarenlang elke trimloop weer de finishboog opbouwen of de route uitzetten. Misschien zijn ze daar net zo aan verknocht als wij aan het lopen, maar wat zijn we ze dankbaar!

Inschrijven nieuwsbrief!